Ronald Waterreus heeft met zichtbaar plezier gekeken naar de erehaag die Ajax zaterdagavond vormde voor landskampioen PSV. De voormalig doelman vond het tafereel in de Johan Cruijff Arena vooral pijnlijk en veelzeggend, maar ziet er ook een groter signaal in richting de komende jaren.

“Voor wie het absurdisme erin durfde te zien, had het iets prachtigs, de erehaag die Ajax-spelers zaterdagavond vormden voor die van PSV”, zegt Waterreus in zijn column voor De Limburger. “Terwijl de kampioenen een voor een de grasmat op druppelden, verraadde de tandenborstelreclamelach van Steven Berghuis dat hij het liefst nog ergens in de file op de A10 had gestaan. Youri Baas op zijn beurt wekte de indruk dat een jeukende zwerm mieren zich had genesteld in zijn boxershort.”

Hoewel Waterreus de sportiviteit op zichzelf waardeert, hoeft dit soort symboliek van hem niet te worden overdreven. Volgens hem was vooral duidelijk dat beide ploegen zich ongemakkelijk voelden bij het moment.

“Leve de sportiviteit in topsport, geen discussie daarover. Alleen: laten we nu niet elke traditie uit een ander land kopiëren, ‘omdat dit nu eenmaal zo’n mooie traditie is.’ De opgebouwde erehaag in de Johan Cruijff Arena was de potsierlijkheid ten top. De Ajax-spelers stonden er met frisse tegenzin, die van PSV voelden dat de beleefdheid gespeeld was.”

Ook de reactie vanaf de tribunes liet volgens Waterreus weinig aan de verbeelding over. “En ondertussen bliezen 50.000 Amsterdamse fans zó hard op hun vingers, dat we er hier in Sint-Michielsgestel zelfs oorsuizingen van kregen”, vervolgt Waterreus. “Wie ooit prof is geweest, die weet: dit is vriendelijkheid voor de bühne. Geen sporter op de hele wereld gunt zijn concurrenten immers de titel. Feliciteer ze in de catacomben, prima. Maar laten we alsjeblieft stoppen met dit soort toneelstukjes.”

Sportief gezien zag Waterreus vooral bevestigd worden hoe groot het verschil momenteel is. PSV had volgens hem in Amsterdam moeten winnen en liet, ondanks meerdere wijzigingen, zien dat het verder is dan de concurrentie.

“Een kleine fase in de eerste helft daargelaten, bewees PSV domweg drie klassen beter te zijn dan Ajax”, meent hij. “Op halve kracht en met veel niet-basisspelers in de ploeg, onderstreepte het elftal van Peter Bosz dat het op eenzame hoogte staat in Nederland. Let op mijn woorden: Ajax en Feyenoord zullen komende jaren nog vaak een erehaag moeten vormen voor hun grote broer uit Eindhoven.”