Robin van Persie heeft opnieuw gereageerd op de situatie van Raheem Sterling bij Feyenoord. De Engelsman kwam met een enorme staat van dienst naar Rotterdam, maar wist dit seizoen nog geen hoofdrol op te eisen. Volgens Van Persie heeft dat vooral te maken met zijn fysieke achterstand en het gebrek aan wedstrijdritme.
De trainer benadrukt dat er binnen Feyenoord nooit twijfel is geweest over de kwaliteiten van Sterling. Wel wist de club vanaf het begin dat hij tijd nodig zou hebben om volledig wedstrijdfit te worden.
“Raheem kwam bij ons nadat hij niet speelde bij Chelsea en daarvoor bij Arsenal ook weinig”, vertelt Van Persie zondagavond op de persconferentie. “We wisten dat zijn wedstrijdritme niet op zijn top zat. De vraag ging dus ook niet over zijn kwaliteiten, want hij heeft meer dan tweehonderd goals gescoord in Engeland. In mijn ogen is hij echt een winnaar. Hij heeft heel hard gewerkt vanaf de eerste dag, maar we moesten zijn fitheid wel opbouwen.”
Toch blijft zijn bijdrage in Rotterdam voorlopig beperkt. Sterling staat dit seizoen op één assist, die hij gaf tegen Excelsior. In de cruciale fase van het seizoen koos Van Persie vooral voor spelers die fysiek klaar waren om direct te leveren. “Langzaam werd hij beter, maar als je kijkt naar wat wij vragen qua fitheid in de periode waar wij in zitten, dan is dat zijn volgende doel. Wij moesten iedere wedstrijd winnen om de Champions League te halen, dus daar hebben we ook over gesproken. Ik werk heel fijn met hem samen en hij doet altijd zijn best op trainingen.”
Van Persie ziet Sterling dus nog altijd als een speler met grote kwaliteiten, maar maakt ook duidelijk dat er iets moet gebeuren om meer minuten af te dwingen. “Maar Raheem beseft ook dat hij een volgende stap moet maken om te starten of in te vallen. Ik geniet er tot nu toe echt van om met hem te werken”, vervolgt de trainer.
“Je ziet waarom hij zoveel doelpunten heeft gemaakt en waarom hij zoveel prijzen heeft gewonnen. Ik ben blij met wat hij heeft gedaan en er is nog één wedstrijd te spelen. Ik ga hem ook de vraag stellen hoe hij het hier heeft gevonden en wat hij verwacht voor de toekomst.”