Feyenoord gaf zondag in de 97e minuut opnieuw punten weg — en dat begint een pijnlijk patroon te worden. Danilo schoot NEC diep in blessuretijd naar 1-1 en daarmee verspeelden de Rotterdammers twee cruciale punten in de strijd om plek twee.

Het was allesbehalve een incident.

Sterker nog: geen enkele ploeg in de Eredivisie kreeg dit seizoen vaker een tegengoal na de 90e minuut dan Feyenoord. In totaal incasseerden de Rotterdammers liefst 7 tegentreffers in de extra tijd van de tweede helft. Daarmee steken ze met kop en schouders boven de rest uit.

De nummers daarachter — Go Ahead Eagles, Fortuna Sittard en Excelsior — kregen ‘slechts’ 5 late goals tegen. Opvallend: PSV en Ajax hielden dit seizoen hun doel na de 90e minuut zelfs volledig schoon.

Niet elke late tegentreffer kostte direct punten. Overwinningen op Heracles (4-2) en PEC Zwolle (6-1) kwamen bijvoorbeeld niet meer in gevaar.

Maar er waren ook wedstrijden waarin het wél misging.

Bij AZ ging het in de slotfase fout na een strafschop van Mexx Meerdink (3-3), terwijl Sparta in De Kuip in minuut 93 toesloeg via Joshua Kitolano (3-4). De gelijkmaker van Danilo hoort ook in dat rijtje thuis — een moment dat direct gevolgen heeft voor de stand.

Wat het extra pijnlijk maakt: Feyenoord scoort zelf nauwelijks in de slotfase.

Van de in totaal 62 doelpunten dit seizoen vielen er slechts 2 na de 90e minuut. Daarmee horen de Rotterdammers in deze statistiek bij de laagvliegers van de Eredivisie.

Quinten Timber maakte in blessuretijd nog de 0-4 tegen Sparta, terwijl Casper Tengstedt de enige was die een wedstrijd echt besliste met een late goal — via een penalty tegen Go Ahead Eagles.

Terwijl Feyenoord moeite heeft in de slotfase, doen andere ploegen het juist uitstekend. PSV, NEC en FC Groningen scoorden dit seizoen allemaal 5 keer na de 90e minuut.

Aan de onderkant vinden we FC Twente en Excelsior, die slechts één keer wisten toe te slaan in de extra tijd.