Michiel Kramer is inmiddels gestopt als profvoetballer, maar uitgesproken is hij nog altijd. De 37-jarige oud-spits van onder meer NAC Breda, ADO Den Haag, Feyenoord, FC Utrecht en RKC Waalwijk kijkt in gesprek met Voetbal International terug op zijn loopbaan én vooruit naar een mogelijke toekomst als trainer.

Kramer staat bekend als iemand die zijn mening zelden inslikt. Toch laat hij in het interview ook een andere kant van zichzelf zien. Een speler die goed alleen kan zijn, graag nadenkt en inmiddels steeds meer begrijpt hoe belangrijk het mentale aspect in voetbal is.

“Misschien ben ik wel meer een individuele sporter”, begint hij. “Tennis, pingpong, golfen vind ik leuk. Kan ik alleen mezelf de schuld geven als ik verlies. Ik vind het prettig alleen van RKC naar huis te rijden. Met jezelf in gesprek gaan. Die VVCS-studie psychologie heeft daarbij geholpen”, constateert Kramer.

Juist die interesse in mensen en gedrag lijkt Kramer te hebben veranderd. Niet alleen als oud-speler, maar vooral als iemand die nadenkt over een toekomst langs de lijn. Volgens de voormalig Feyenoorder draait trainen niet alleen om tactiek, systemen en hard werken, maar vooral om begrijpen wie je voor je hebt.

“Opvoeding vormt je. Dat geldt voor iedereen. Ik ben er heilig van overtuigd dat als je je als trainer gaat verdiepen in een persoon, je het maximale eruit haalt”, vervolgt hij vastberaden. “Weten wat iemand motiveert, wat iemands achtergrond is. Dan kun je beter begrijpen wat iemand wel of niet prettig vindt. Dan kun je ook inhoudelijk kritisch zijn. Verdiep je in iemand als persoon”, adviseert Kramer.

Kramer ziet daarin een wereld te winnen. Zeker in het voetbal, waar spelers vaak hetzelfde behandeld worden terwijl achter ieder karakter een ander verhaal zit. De oud-spits haalt daarbij een opvallend voorbeeld aan.

“Sommigen denken bij een psycholoog: Wat lult hij raar. Maar gedrag komt voort uit hoe je bent opgegroeid. Dat is de reden dat ik trainer wil worden. Ik heb een docu over Jürgen Klopp gezien”, blikt hij terug. “Daarin gaf hij als voorbeeld dat iemand uit Argentinië anders is dan iemand uit Engeland. Die kun je niet hetzelfde behandelen. In de trainerscursus zie ik daar weinig van terug. Als mensen die boven je staan interesse in je tonen, dan ga je toch tien keer harder werken? Empathisch vermogen heet dat”, weet Kramer.

Dat Kramer trainer wil worden, was lange tijd helemaal niet vanzelfsprekend. Toch is het vuurtje gaan branden nadat hij begon bij zijn zoons. Daar merkte hij dat hij plezier haalde uit het begeleiden van spelers, het neerzetten van sfeer en het creëren van vertrouwen.

“Ik wilde geen trainer worden, maar ik ben bij mijn zoons begonnen. Gewoon kijken of het leuk was. Onder aan de ladder beginnen, bij de amateurs, dat is voor iedere trainer goed”, beseft hij. “Ik wilde zien of ik er bevrediging uit zou halen. Ik weet nu echt nog niet alles, maar ik merk wel dat mensen het prettig vinden dat ik erbij ben. Sfeer creëren, lachen, positiviteit uitstralen. Dat heb ik in me. Spelers krijgen het gevoel dat het oprecht is wat ik doe. Het is gewoon zoals ik ben richting anderen”, stelt Kramer, die trots is op zijn karakter.

Dat menselijke aspect komt ook terug wanneer Kramer praat over oud-teamgenoten. Eén naam springt er in Rotterdam natuurlijk direct uit: Steven Berghuis. De twee speelden samen bij Feyenoord en wonnen met de club drie prijzen. Dat Berghuis inmiddels voor Ajax speelt, blijft voor Kramer pijnlijk, maar het verandert volgens hem niets aan de band die ze hebben opgebouwd.

“Het mooiste vind ik dat oud-spelers je aanspreken”, legt hij uit. “Ook Steven Berghuis bij Ajax. Als we elkaar zien wordt er gelachen. We hebben een connectie, hebben samen drie prijzen gewonnen. Dat hij nu voor Ajax speelt vind ik vervelend, maar de connectie is er. Dat heb ik bij veel mensen. Aan iets leuks denken als je elkaar ziet, niet alleen maar de negatieve dingen, gewoon leuke herinneringen kunnen ophalen. Dan steek je als persoon goed in elkaar, denk ik”, besluit Kramer.