Journalist Hugo Borst is het gedrag van trainers in de Eredivisie al langer zat. Volgens hem is het klagen richting scheidsrechters en vierde officials inmiddels de norm geworden – en dat neemt volgens de columnist steeds extremere vormen aan. Afgelopen weekend richtte zijn irritatie zich vooral op Feyenoord-trainer Robin van Persie, die zich tijdens de uitwedstrijd tegen NEC zichtbaar liet meeslepen door beslissingen van scheidsrechter Serdar Gözübüyük.
In zijn column in het Algemeen Dagblad windt Borst er geen doekjes om.
“Het is gruwelijk uit de hand gelopen”, schrijft hij. “Het is een ziekte, eentje die mondiaal heerst trouwens. Ik beperk ik me in dit stukje tot Nederland. Ze doen het – volgens mij Anthony Correia uitgezonderd – allemaal. Almaar praten, commentaar geven, zeiken, zuigen, schelden, misbaar maken. Alsof ze lijden aan een hersenziekte, een afwijking.”
Wat hem vooral stoort, is dat dit gedrag volgens hem volledig genormaliseerd is.
“En het erge is: het wordt normaal gevonden. Het is de norm. En op de amateurvelden neemt iedereen het over, met escalaties en vechtpartijen tot gevolg.”
Als voorbeeld haalt Borst het duel tussen NEC en Feyenoord aan. In die wedstrijd ontstond ophef na een moment rond het strafschopgebied, toen een Feyenoord-speler werd geraakt door een verdediger. Zowel in het veld als langs de zijlijn werd direct om een penalty gevraagd, waarbij Van Persie zich nadrukkelijk liet gelden.
“De spits van Feyenoord breekt door. De laatste verdediger van NEC raakt hem per ongeluk (of expres, onduidelijk) rond de lijn van het strafschopgebied. Valpartij. Er wordt een penalty geclaimd in het veld. En aan de zijkant. De trainer van Feyenoord doet dat het hardst. Heel de wedstrijd al. Naar het hoofd grijpen. Met stemverheffing praten richting de vierde man. De camera registreert het misbaar.”
Volgens Borst draaide na afloop alles om dit ene moment.
“Spelers van Feyenoord en de trainer zijn woedend. De scheidsrechter is zondebok. De nabespreking gaat nauwelijks over heel de wedstrijd, het gaat vooral over dat ene moment. Zo gaat het elk weekend. De scheidsrechter heeft het gedaan, en anders de VAR wel. De situatie in alle rust ontleed: het was erbuiten.”
De conclusie van Borst is duidelijk: de ophef stond niet in verhouding tot de beslissing.
“En omdat de spits geen doelpunt meer kon maken, was het reglementair geen rood maar geel voor de verdediger van NEC. Much to do about nothing.”
De columnist vindt dat het anders moet en wijst naar een andere sport als voorbeeld.
“En we weten wel hoe. Zoals bij het rugby. Scheidsrechters worden niet tegengesproken.”
Tot slot trekt Borst een harde conclusie over de staat van het voetbal.
“De arbiter is de absolute autoriteit, zelfs als hij een fout maakt. We zien veel te veel emoties. We zien veel te veel overspannen voetbaltrainers. Voetbal is ziek. Het is een hardnekkige ziekte. Ongeneeslijk, lijkt het. Het hopen is op een medicijn.”
Reacties (0)
Laat een reactie achter