Voor Stéphano Carrillo was dit seizoen veel meer dan alleen minuten maken bij FC Dordrecht. De twintigjarige Mexicaan moest niet alleen wennen aan het Nederlandse voetbal, maar ook aan een compleet nieuw leven. Ver weg van zijn familie, zijn taal en zijn vertrouwde omgeving probeerde de Feyenoorder zijn draai te vinden.
Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. De stap van Mexico naar Europa was groot en Carrillo geeft eerlijk toe dat het hem niet koud liet. “Ik heb mijn hele leven in Mexico gewoond en ik houd van het land,” vertelt Carrillo in gesprek met het FC Dordrecht Magazine. “Toen ik hoorde dat ik naar Nederland kon, was ik heel enthousiast, maar ook bang. Ik wist dat ik mijn familie moest achterlaten en dat vond ik moeilijk. Alles is anders. De taal, het eten, het weer… Je moet overal aan wennen.”
Toch kreeg hij vanuit huis precies de boodschap die hij nodig had. Zijn familie wilde vooral dat hij zijn kans zou grijpen. “Mijn familie zei dat ik mijn droom moest volgen en alles moest geven. Dat probeer ik nu elke dag te doen. Tijdens interlandperiodes zijn ze hier vaak. We spelen spelletjes, kijken films en gaan samen eten. Dat zijn momenten die ik echt nodig heb.”
Moeizaam begin bij FC Dordrecht
Ook op het veld ging het niet vanzelf. Carrillo kwam naar Nederland met grote ambities, maar moest bij FC Dordrecht opnieuw beginnen. Een andere competitie, een nieuwe speelstijl en opnieuw een onbekende omgeving: het zorgde ervoor dat hij tijd nodig had.
“Ik had niet verwacht dat ik verhuurd zou worden door Feyenoord, dus het was opnieuw wennen aan een nieuwe omgeving en speelstijl. Je weet wat je kan, maar soms komt het er niet meteen uit. Ik voelde me steeds beter en meer op mijn gemak. Toen kwam ook het vertrouwen terug en kon ik me focussen op wat ik het liefste doe: goals maken.”
Juist die periode heeft hem naar eigen zeggen sterker gemaakt. Carrillo moest leren omgaan met twijfel, geduld en het gemis van thuis. In Dordrecht vond hij steun bij ploeggenoten die hem hielpen om zich minder alleen te voelen. “Je leert geduld te hebben en te blijven werken, ook als het niet meteen lukt. Met Lawson Sunderland, Nicolás Rossi, Martin Vetkal en Mica Pinto ga ik vaak op pad. Het is fijn om soms in je eigen taal te praten, dat voelt als thuis. Ik wil mijn land op de kaart zetten en laten zien wat ik kan. Dat motiveert me elke dag om beter te worden. Ik wil sowieso ooit terug, want Mexico blijft altijd mijn thuis.”