In de Dick voorMekaar-podcast uiten Martijn Krabbendam en Michel van Egmond hun zorgen over de tactische keuzes van Robin van Persie, de sfeer binnen de spelersgroep en het gebrek aan progressie. De club lijkt momenteel in een fase van overleven te zitten.

Martijn Krabbendam is uiterst kritisch op het niveau van de recente wedstrijden. ”Het was verschrikkelijk. Ik heb een aantal wedstrijden gezien, maar dit was een van de slechtste wedstrijden ooit. Eigenlijk moet je alle mensen hun geld terug geven. Je zoekt naar aanknopingspunten bij dit Feyenoord.” De journalist kan zich dan ook niet vinden in de positieve geluiden van de trainer na afloop. ”Dat Van Persie vond dat Feyenoord een prima eerste wedstrijd speelde, daar ga ik niet in mee. Het wordt steeds gekker, je begint toch aan jezelf te twijfelen of wij het allemaal verkeerd zien?”

Michel van Egmond zet vraagtekens bij de filosofische benadering van Van Persie, die aangaf dat doelpunten voor hem niet het belangrijkste zijn bij een spits. ”Robin maakt het ons heel moeilijk, dit is niet meer te duiden. Normaal gesproken ben ik enorm voorstander van een trainer die een keer wat anders zegt, maar dit is overdreven om te zeggen dat het laatste wat ik van een spits verwacht doelpunten zijn. Dit is zo filosofisch en diep. Het is allemaal wel leuk, maar het is wel ‘collateral damage’ wat hij veroorzaakt met die onnavolgbare beslissingen.”

Ook de besluitvorming rondom de spitspositie roept veel vragen op, zeker wat betreft Casper Tengstedt. De aanvaller kwam voor zes miljoen euro naar Rotterdam, maar krijgt ondanks blessures van concurrenten geen speeltijd. Krabbendam schetst hoe lastig die situatie moet zijn: ”Een gesprek met Van Persie lijkt me heel ingewikkeld. Kan je wel iets terugzeggen of moet je vooral luisteren? Dan ben je Casper Tengstedt en zegt Robin: je bent dan wel een spits, maar we gaan toch even Moder opstellen. Voor zo een jongen heeft het gevolgen, want met hem is het klaar bij Feyenoord.” Van Egmond wijst daarbij op de impact op zijn marktwaarde: ”Daar krijg je geen euro meer voor. Andere clubs kijken nu ook: hij was niet geblesseerd en ze hadden geen spits, toch speelde hij niet.”

De situatie rond Jeremiah St. Juste en Mats Deijl wordt aangehaald als illustratie van de bredere problematiek binnen de selectie. Krabbendam stelt: ”Als je kijkt naar St. Juste die Steijn uitscheldt. Dat komt natuurlijk ook omdat de trainer hem heeft gehaald en geforceerd heeft gezegd: jij bent de leider. Dat werkt niet, je moet eerst spelen en jezelf laten zien.” Over Deijl is hij eveneens uitgesproken: ”Je weet toch wat je krijgt als je de rechtsback van Go Ahead Eagles haalt? Daar kan die jongen ook niks aan doen, die speelt op zijn niveau. Als het draait voetbalt hij lekker mee, maar als het niet draait hoef je van hem niks te verwachten.”

Van Egmond deelt die kritiek op de verdediger. ”Als hij het balletje breed inspeelt in de voeten van de tegenstander, dan wordt hij nooit een leider. Weet je wat voetballers willen als het niet lekker loopt? Duidelijkheid. Het moet even simpel gemaakt worden en dingen doen wat vertrouwen wekt en langzaam eruit krabbelen.” Hij begrijpt bovendien niet waarom Sliti de voorkeur krijgt boven Leo Sauer. ”De spelers gaan toch ook tegen elkaar zeggen: snap jij het nog? Dan speel ik wel, dan speel ik niet. Dit komt de stemming allemaal niet ten goede. Het gekke is dat er niets gebeurt. Je hoopt op een overwinning, maar nergens kunnen we progressie ontdekken. Het is overleven geworden bij Feyenoord. Er verandert niks, iedereen blijft geblesseerd en de stemming blijft hetzelfde.’

Volgens de podcastmakers is er sprake van een overdaad aan tactische besprekingen en te weinig ruimte voor ontspanning. Krabbendam merkt op dat de aanpak van Van Persie tot verzadiging leidt: ”Robin moet ook een beetje zorgen voor sfeer. Je hoort nu ook, je spreekt nog wel eens mensen: het is meetings, meetings, meetings. Lange trainingen, tactisch. Dat is niet de manier. Je moet met die jongens plezier terugkrijgen. Ze hebben vorige week yoga gedaan, snap jij het? De vraag is of het nog om te draaien is.”