Thijs Kraaijeveld is hard op weg om door te breken bij Feyenoord. De achttienjarige middenvelder maakte onlangs zijn debuut in het eerste elftal en hoopt de komende periode op meer speeltijd. Dit seizoen sloot hij definitief aan bij de selectie van trainer Robin van Persie, waar hij zich verder wil ontwikkelen. In het supportersmagazine Hand in Hand vertelt hij over zijn groei en ambities.

Aan het begin van het seizoen speelde Kraaijeveld nog bij Feyenoord Onder 21, maar tijdens de voorbereiding wist hij zich te onderscheiden. Sindsdien traint hij mee met het eerste en is hij bij de selectie gebleven. ”Om eerlijk te zijn, had ik het niet verwacht. Ik begon het seizoen in O21 en heb de voorbereiding meegedaan met het eerste. Ik denk dat ik mezelf toen voldoende heb laten zien en ben eigenlijk niet meer weggegaan. Dat was voor mij een goede ontwikkeling, om me elke dag op dat niveau te kunnen verbeteren.”

De middenvelder ziet zijn kracht vooral in zijn spel aan de bal, al wordt hij dit seizoen ook regelmatig als centrale verdediger ingezet. ”Ik ben denk ik vooral heel comfortabel aan de bal, met goede passes tussen de linies. Ik ben tweebenig en heb redelijk overzicht. Dat zijn wel mijn kwaliteiten. Sinds dit seizoen speel ik ook veel centraal achterin. Ik ben nog niet echt gewend om in de duels te spelen. In het échte verdedigen moet ik zeker nog stappen gaan maken. Maar daar ben ik volop mee bezig.”

Met veel concurrentie op het middenveld is het lastig om direct een vaste plek te veroveren, maar Kraaijeveld ziet dat juist als een kans om zich verder te ontwikkelen. ”Het maakt het een stukje lastiger om erin te komen, maar dat is gezonde concurrentie. Dat is juist mooi, om mezelf te meten met die gasten. Ze laten echt wel een hoog niveau zien, dag in dag uit. Dat is voor mij alleen maar mooi en leerzaam. Je ziet dat jongens als Valente en Targhalline, hoewel ze ook nog jong zijn, iets meer ervaring hebben. Ik probeer dan ook veel van ze te leren, zoals een stukje volwassenheid op het veld. Slimmigheidjes aan de bal.”

De jonge Feyenoorder heeft duidelijke ambities en droomt ervan om successen te behalen met zijn club. ”Als allereerste zou ik kampioen willen worden bij Feyenoord. Dat lijkt me heel gaaf. Ik ben natuurlijk van kleins af aan Feyenoorder, met de club opgegroeid. Dus dat is wel echt een droom, zoals ik ook wil uitgroeien tot een belangrijke speler voor Feyenoord. Daarna zou ik ooit wel een mooie stap naar het buitenland willen maken. Dan denk je al snel aan Engeland, Spanje of Duitsland.”

Ook spreekt hij met trots over zijn band met Feyenoord en het spelen in De Kuip. ”Die klik voel ik al van kleins af aan. Ik ben een echte Feyenoorder. Ik ben altijd met heel veel trots en plezier naar De Kuip gegaan. Ik zat altijd op de tribune als supporter, achter de dug-out. Het is supergek om nu zelf op het veld te staan, dat is niet te beseffen. Als ik thuis ben na een wedstrijd en in m’n bed nog wat lig na te denken, dan word ik steeds weer overvallen door een heel trots gevoel. Dat gevoel heerst trouwens in heel de familie. Ik hoop en verwacht dat de supporters ons blijven steunen tot het eind van het seizoen. Dan ben ik ervan overtuigd dat we met zijn allen die tweede plek gaan binnenhalen. En dan spelen we volgend jaar Champions League.”