Volgens Ruben Schaken ontbreekt het Feyenoord de laatste weken aan duidelijke leiders binnen het veld. In de tweede helft tegen Telstar maakte de ploeg een kwetsbare indruk en was er weinig samenhang zichtbaar. Op zulke momenten mist de Rotterdamse formatie iemand die verantwoordelijkheid neemt en het team op scherp zet, stelt de voormalig buitenspeler in gesprek met FCUpdate. Op termijn ziet hij in Luciano Valente een speler met natuurlijke leiderskwaliteiten.
”De hiërarchie ontbreekt bij Feyenoord”, begint Schaken. ”Iemand die het bewaakt in het veld. Jongens als El Ahmadi en Clasie in mijn tijd… Als het even niet liep, waren dat jongens die even een doodschop gaven. Iemand op zijn kop geven, iemand wakker schudden. Wij wisten dan dat dat nodig was en dan kreeg je de boel weer op scherp. Dat kantelpunt zie je bij Feyenoord vrij weinig. Of het is goed, of het is niks. Je ziet ze daar ook niet echt uit kruipen.” Volgens hem speelt ook de sfeer in De Kuip een rol wanneer het minder gaat. ”Dat is logisch, want er wordt wat verwacht. Sommige nieuwe jongens kennen dat misschien niet en het kan zijn dat ze daardoor gedeeltelijk in hun schulp kunnen kruipen. Dat hoort niet bij een topclub, maar je hebt er wel mee te maken.”
Valente kreeg onlangs het rugnummer 10 toebedeeld en wordt gezien als een van de spelers die het team moet dragen. Schaken vindt echter dat de middenvelder nog tijd nodig heeft om die rol volledig te omarmen. ”Die jongen ontwikkelt zich natuurlijk stormachtig in zijn eerste seizoen. In een niet-draaiend team is het lastig als middenvelder om je wekelijks te onderscheiden. Hij geeft bijzondere passjes waarvan wij pas zien dat de ontvanger vrij staat als de bal aankomt. In dat opzicht doet hij het hartstikke goed. Maar als er eentje is die op korte termijn moet opstaan, kijk ik hem aan met nummer 10. Ik kan niet wachten op de Valente die echt de boel neerzet. Dat doet hij al, maar dan veelvuldig en zoals een leider van Feyenoord behoort te doen.”




Albert de Roo wat een flutsupporter ben jij.
Wie weer een mening