Gonçalo Borges kijkt terug op een intens eerste halfjaar bij Feyenoord. De Portugese buitenspeler moest wennen aan het leven en voetbal in Rotterdam, kreeg te maken met persoonlijk verlies en speelde een bescheiden rol binnen het elftal. Toch beschouwt hij die periode vooral als leerzaam en voelt hij zich beter toegerust voor de tweede seizoenshelft.
In gesprek met Rijnmond vertelt de 24-jarige aanvaller dat meerdere omstandigheden samenkwamen. ”De eerste zes maanden waren denk ik wat moeilijker voor mij, maar ze hebben me wel geholpen om te groeien. Ik speelde niet veel, mijn oma is overleden en ik moest wennen aan de Nederlandse cultuur en de manier waarop het team speelt. Dat was niet makkelijk, maar alles gebeurt met een reden. Ik moest groeien en dat heb ik gedaan. Nu ben ik veel beter voorbereid dan zes maanden geleden.”
Vooral mentaal woog de periode zwaar, omdat Borges voor het eerst ver van huis was. ”Het was de eerste keer dat ik weg was van mijn familie. Als er iets gebeurt, zijn we normaal altijd samen. Toen mijn oma overleed, was dat heel moeilijk. Ik was hier, maar met mijn hart en hoofd in Portugal. Tegelijkertijd moest ik leren wat het team van mij vraagt. Omdat ik niet speelde, keek ik veel naar wat de andere buitenspelers doen en waar ik mezelf kon verbeteren.”
Die fase gebruikte hij om gericht aan zijn spel te werken. ”Ik keek naar mijn bewegingen, mijn linkerbeen, mijn eerste aanname. Ik probeerde te begrijpen wat het team nodig heeft en hoe ik zo snel mogelijk kan inpassen. Dat heeft tijd gekost, maar het helpt me nu.” In de afgelopen weken ziet hij zelf vooruitgang. ”Je voelt dat ik een andere speler ben geworden. Dat komt ook omdat ik meer heb gespeeld.”
Borges is helder over wat er van hem wordt verwacht binnen het team. ”één-tegen-één te spelen, ruimtes te vinden en goede ballen te geven op de spits of de nummer tien. Soms ook om diep te gaan zonder bal. Mijn twee doelpunten kwamen uit diepte lopen. Daarnaast is het verdedigende werk belangrijk, het goed sluiten van mijn zone. Dat ging de laatste maand beter.”
Met tevredenheid, maar ook ambitie kijkt hij terug. ”Ik ben trots op mezelf over hoe ik de eerste zes maanden ben doorgekomen. Ik bleef extra trainen en werken aan de punten die beter moesten. Wat je op het veld laat zien, is wat mensen zien. Ze zien niet wat je daarbuiten doet. Voor mij is het duidelijk: wat ik de laatste maand heb laten zien, is nog niet genoeg. Ik wil elke wedstrijd weer laten zien wat ik kan.”
Tot slot geeft Borges aan bewust afstand te houden van de buitenwereld. ”Ik lees geen media en geen Twitter. Als je dat wel doet, word je daar niet beter van. Ik wil niet te hoog of te laag zitten. Ik wil gewoon mezelf blijven.” Ook over de concurrentie is hij realistisch. ”Ik kan niet bepalen wat de trainer doet. Natuurlijk wil ik elke wedstrijd spelen, maar soms speel je niet en moet je blijven werken. Dat hoort erbij. Binnen het team is er veel respect, dat merk je ook onderling.”




Nino van Osch